Skip to content
1 Samuel 25:3-5

1 Samuel 25:3-5

3
En de naam des mans was Nabal, en de naam zijner huisvrouw was Abigail; en de vrouw was goed van verstand, en schoon van gedaante; maar de man was hard en boos van daden, en hij was een Kalebiet.
4
Als David hoorde in de woestijn, dat Nabal zijn schapen schoor,
5
Zo zond David tien jongelingen; en David zeide tot de jongelingen: Gaat op naar Karmel, en als gij tot Nabal komt, zo zult gij hem in mijn naam naar den welstand vragen;
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options