De eerste ontvangst van de koning
26
En Saul ging ook naar zijn huis te Gibea, en van het heir gingen met hem, welker hart God geroerd had.
27
Doch de kinderen Belials zeiden: Wat zou ons deze verlossen? en zij verachtten hem, en brachten hem geen geschenk. Doch hij was als doof.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein