Skip to content
1 Koningen 2:34-35

1 Koningen 2:34-35

34
En Benaja, de zoon van Jojada, ging op, en viel op hem aan, en doodde hem; en hij werd begraven in zijn huis, in de woestijn.
35
En de koning zette Benaja, den zoon van Jojada, in zijn plaats over het heir; en Zadok, den priester, zette de koning in de plaats van Abjathar.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein