Skip to content
1 Koningen 12:28-31

1 Koningen 12:28-31

28
Daarom hield de koning een raad, en maakte twee gouden kalveren; en hij zeide tot hen: Het is ulieden te veel om op te gaan naar Jeruzalem; zie uw goden, o Israel, die u uit Egypteland opgebracht hebben.
29
En hij zette het ene te Beth-El, en het andere stelde hij te Dan.
30
En deze zaak werd tot zonde; want het volk ging heen voor het ene, tot Dan toe.
31
Hij maakte ook een huis der hoogten; en maakte priesteren van de geringsten des volks, die niet waren uit de zonen van Levi.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options