Skip to content
1 Koningen 1:31-32

1 Koningen 1:31-32

31
Toen neigde zich Bathseba met het aangezicht ter aarde, en boog zich neder voor den koning, en zeide: Mijn heer de koning David leve in eeuwigheid!
32
En de koning David zeide: Roep mij Zadok, den priester, en Nathan, den profeet, en Benaja, den zoon van Jojada; en zij kwamen voor het aangezicht des konings.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein