Skip to content
1 Korinthe 10:30-31

1 Korinthe 10:30-31

30
En indien ik door genade der spijze deelachtig ben, waarom word ik gelasterd over hetgeen, waarvoor ik dankzeg?
31
Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein