Skip to content
1 Kronieken 25:8-31

1 Kronieken 25:8-31

8
En zij wierpen de loten over de wacht, tegen elkander, zo de kleinen, als de groten, den meester met den leerling.
9
Het eerste lot nu ging uit voor Asaf, namelijk voor Jozef. Het tweede voor Gedalja; hij en zijn broederen, en zijn zonen, waren twaalf.
10
Het derde voor Zakkur; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
11
Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
12
Het vijfde voor Nethanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
13
Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
14
Het zevende voor Jesarela; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
15
Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
16
Het negende voor Mattanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
17
Het tiende voor Simei; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
18
Het elfde voor Azareel; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
19
Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
20
Het dertiende voor Subael; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
21
Het veertiende voor Mattithja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
22
Het vijftiende voor Jeremoth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
23
Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
24
Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
25
Het achttiende voor Hanani; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
26
Het negentiende voor Mallothi; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.
27
Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.
28
Het een en twintigste voor Hothir; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
29
Het twee en twintigste voor Giddalti; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
30
Het drie en twintigste voor Mahazioth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
31
Het vier en twintigste voor Romamthi-Ezer; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options