Naar de inhoud

Bijbelverzen over Porters: Their posts were determined by lot

8 verzen · 8 aspecten

Verzen over Their posts were determined by lot

  1. En zij wierpen ook loten, nevens hun broederen, de zonen van Aaron, voor het aangezicht van den koning David, en Zadok, en Achimelech, en van de hoofden der vaderen onder de priesteren en onder de Levieten; het hoofd der vaderen tegen zijn kleinsten broeder.

  2. En zij wierpen de loten, zo de kleinen als de groten, naar hun vaderlijke huizen, tot elke poort.

  3. Het lot nu tegen het oosten viel op Salemja; maar voor zijn zoon Zecharja, die een verstandig raadsman was, wierp men de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het noorden;

  4. Obed-Edom tegen het zuiden; en voor zijn kinderen het huis der schatkameren.

  5. Suppim en Hosa tegen het westen, met de poort Schallechet, bij den opgaanden hogen weg, wacht tegenover wacht.

  6. Tegen het oosten waren zes Levieten; tegen het noorden des daags vier; tegen het zuiden des daags vier; maar bij de schatkameren twee en twee.

  7. Aan Parbar tegen het westen waren er vier bij den hogen weg, twee bij Parbar.

  8. Dit zijn de verdelingen der poortiers van de kinderen der Korahieten, en der kinderen van Merari.