Naar de inhoud

Jezreel

3 verses

32.5500, 35.3300 Bekijk op Google Maps

Verzen die Jezreel noemen

  1. Toen zeiden de kinderen van Jozef: Dat gebergte zou ons niet genoegzaam zijn; er zijn ook ijzeren wagens bij alle Kanaanieten, die in het land des dals wonen, bij die te Beth-Sean en haar onderhorige plaatsen, en die in het dal van Jizreel zijn.

  2. Alle Midianieten nu, en Amalekieten, en de kinderen van het oosten, waren samenvergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreel.

  3. En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Israels boog verbreken zal, in het dal van Jizreel.