Skip to content

Beth-horon

4 verses

31.8700, 35.1200 Bekijk op Google Maps

Verzen die Beth-horon noemen

  1. En het gaat af tegen het westen naar de landpale Jafleti, tot aan de landpale van het benedenste Beth-horon, en tot Gezer; en haar uitgangen zijn aan de zee.

  2. En van daar gaat de landpale door naar Luz, aan de zijde van Luz, welke is Beth-El, zuidwaarts; en deze landpale gaat af naar Atroth-Addar, aan den berg, die aan de zuidzijde van het benedenste Beth-Horon is.

  3. Alzo bouwde Salomo Gezer, en het lage Beth-horon.

  4. Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen;