Skip to content

Pashur

5 verzen · 2 familieleden

Verzen die Pashur noemen

  1. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  2. De kinderen van Pashur, duizend tweehonderd zeven en veertig.

  3. En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

  4. De kinderen van Pashur, duizend, tweehonderd zeven en veertig;

  5. En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;