Skip to content

Nahshon

11 verzen · 3 familieleden

Ook bekend als: Naashon, Naasson

Verzen die Nahshon noemen

  1. En de zonen van Korah waren: Assir, en Elkana, en Abiasaf; dat zijn de huisgezinnen der Korachieten.

  2. Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

  3. Die zich nu legeren zullen oostwaarts tegen den opgang, zal zijn de banier des legers van Juda, naar hun heiren; en Nahesson, de zoon van Amminadab, zal de overste der zonen van Juda zijn.

  4. Die nu op den eersten dag zijn offerande offerde, was Nahesson, de zoon van Amminadab, voor den stam van Juda.

  5. En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nahesson, den zoon van Amminadab.

  6. Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.

  7. En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;

  8. Ram nu gewon Amminadab, en Amminadab gewon Nahesson, den vorst der kinderen van Juda;

  9. En Nahesson gewon Salma, en Salma gewon Boaz.

  10. En Aram gewon Aminadab, en Aminadab gewon Nahasson, en Nahasson gewon Salmon;

  11. Den zoon van Jesse, den zoon van Obed, den zoon van Booz, den zoon van Salmon, den zoon van Nahasson,