Skip to content

Lydia

4 verzen

Verzen die Lydia noemen

  1. En de zonen van Lotan waren Hori en Hemam; en Lotans zuster was Timna.

  2. De kinderen van Lotan nu waren Hori en Homam; en de zuster van Lotan was Timna.

  3. En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster, van de stad Thyatira, die God diende, hoorde ons; welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd.

  4. En uitgegaan zijnde uit de gevangenis, gingen zij in tot Lydia; en de broeders gezien hebbende, vertroostten zij dezelve, en gingen uit de stad.