Skip to content

Heber

6 verzen · 6 familieleden

Verzen die Heber noemen

  1. En de zonen van Aser: Jimna, en Jisva, en Jisvi, en Berija, en Sera, hun zuster; en de zonen van Berija: Heber en Malchiel.

  2. Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.

  3. De kinderen van Beria nu waren Heber en Malchiel; hij is de vader van Birzavith.

  4. En Heber gewon Jaflet, en Somer, en Hotham, en Sua, hunlieder zuster.

  5. En Johanna, de huisvrouw van Chusas, den rentmeester van Herodes, en Susanna, en vele anderen, die Hem dienden van haar goederen.

  6. Zeide hij: Ik zal u horen, als ook uw beschuldigers hier zullen gekomen zijn. En hij beval, dat hij in het rechthuis van Herodes zou bewaard worden.