Naar de inhoud

Harim

5 verzen

Verzen die Harim noemen

  1. Het derde voor Harim, het vierde voor Seorim,

  2. De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

  3. En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

  4. En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

  5. De kinderen van Harim, duizend en zeventien;