Harim
Verzen die Harim noemen
Het derde voor Harim, het vierde voor Seorim,
De kinderen van Harim, duizend en zeventien.
En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,
En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,
De kinderen van Harim, duizend en zeventien;