Skip to content

Er

6 verzen · 7 familieleden

Verzen die Er noemen

  1. En zij werd bevrucht, en baarde een zoon, en hij noemde zijn naam Er.

  2. Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar.

  3. Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in des HEEREN ogen; daarom doodde hem de HEERE.

  4. En de zonen van Juda: Er, en Onan, en Sela, en Perez, en Zerah. Doch Er en Onan waren gestorven in het land van Kanaan; en de zonen van Perez waren Hezron en Hamul.

  5. De zonen van Juda waren Er en Onan; maar Er en Onan stierven in het land Kanaan.

  6. De kinderen van Juda zijn: Er, en Onan, en Sela; drie zijn er hem geboren van de dochter van Sua, de Kanaanietische; en Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in de ogen des HEEREN; daarom doodde Hij hem.