18
En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen.
19
En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben.
20
En de HEERE toonde mij vier smeden.