Romeinen 3:12-16
12
Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.
13
Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.
14
Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;
15
Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
16
Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;
Settings