Psalmen 91:5-10
5
Gij zult niet vrezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die des daags vliegt;
6
Voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt; voor het verderf, dat op den middag verwoest.
7
Aan uw zijden zullen er duizend vallen, en tien duizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken.
8
Alleenlijk zult gij het met uw ogen aanschouwen; en gij zult de vergelding der goddelozen zien.
9
Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! De Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek;
10
U zal geen kwaad wedervaren, en geen plage zal uw tent naderen.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein
Settings