Psalmen 89:39-41
39
Maar Gij hebt hem verstoten en verworpen; Gij zijt verbolgen geworden tegen Uw gezalfde.
40
Gij hebt het verbond Uws knechts te niet gedaan; Gij hebt zijn kroon ontheiligd tegen de aarde.
41
Gij hebt al zijn muren doorgebroken; Gij hebt zijn vestingen nedergeworpen.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein