Skip to content
Psalmen 89:34-38

Psalmen 89:34-38

34
Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn getrouwheid niet feilen.
35
Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen.
36
Ik heb eens gezworen bij Mijn heiligheid: Zo Ik aan David liege!
37
Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon.
38
Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in den hemel is getrouw. Sela.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein