Psalmen 89:31-35
31
Indien zijn kinderen Mijn wet verlaten, en in Mijn rechten niet wandelen;
32
Indien zij Mijn inzettingen ontheiligen, en Mijn geboden niet houden;
33
Zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, en hun ongerechtigheid met plagen.
34
Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn getrouwheid niet feilen.
35
Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein