Skip to content
Psalmen 78:31-34

Psalmen 78:31-34

31
Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israel nedervelde.
32
Boven dit alles zondigden zij nog, en geloofden niet, door Zijn wonderen.
33
Dies deed Hij hun dagen vergaan in ijdelheid, en hun jaren in verschrikking.
34
Als Hij hen doodde, zo vraagden zij naar Hem, en keerden weder, en zochten God vroeg;

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein