Skip to content
Psalmen 78:29-31

Psalmen 78:29-31

29
Toen aten zij, en werden zeer zat; zodat Hij hun hun lust toebracht.
30
Zij waren nog niet vervreemd van hun lust; hun spijs was nog in hun mond,
31
Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israel nedervelde.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein

Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options