Skip to content
Psalmen 69:19-28

Psalmen 69:19-28

19
Nader tot mijn ziel, bevrijd ze; verlos mij om mijner vijanden wil.
20
Gij weet mijn versmaadheid, en mijn schaamte, en mijn schande; al mijn benauwers zijn voor U.
21
De versmaadheid heeft mijn hart gebroken, en ik ben zeer zwak; en ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen; en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden.
22
Ja, zij hebben mij gal tot mijn spijs gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven.
23
Hun tafel worde voor hun aangezicht tot een strik, en tot volle vergelding tot een valstrik.
24
Laat hun ogen duister worden, dat zij niet zien; en doe hun lenden gedurig waggelen.
25
Stort over hen Uw gramschap uit; en de hittigheid Uws toorns grijpe hen aan.
26
Hun paleis zij verwoest; in hun tenten zij geen inwoner.
27
Want zij vervolgen, dien Gij geslagen hebt; en maken een praat van de smart Uwer verwonden.
28
Doe misdaad tot hun misdaad, en laat hen niet komen tot Uw gerechtigheid.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options