Psalmen 68:12-15
12
De HEERE gaf te spreken; der boodschappers van goede tijdingen was een grote heirschaar.
13
De koningen der heirscharen vloden weg, zij vloden weg; en zij, die te huis bleef, deelde den roof uit.
14
Al laagt gijlieden tussen twee rijen van stenen, zo zult gij toch worden als vleugelen ener duive, overdekt met zilver, en welker vederen zijn met uitgegraven geluwen goud.
15
Als de Almachtige de koningen daarin verstrooide, werd zij sneeuwwit als op Zalmon.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein