Skip to content
Psalmen 53:2-4

De ontkenning van de dwaas en algemene verdorvenheid

Psalmen 53:2-4
2
De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God; zij verderven het, en zij bedrijven gruwelijk onrecht; er is niemand, die goed doet.
3
God heeft van den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht.
4
Een ieder van hen is teruggekeerd, te zamen zijn zij stinkende geworden, er is niemand, die goed doet, ook niet een.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein