Psalmen 38:14-16
14
Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.
15
Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen tegenredenen zijn.
16
Want op U, HEERE! hoop ik; Gij zult verhoren, HEERE, mijn God!
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein