Psalmen 36:1-4
1
Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester.
2
De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen.
3
Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.
4
De woorden zijns monds zijn onrecht en bedrog; hij laat na te verstaan tot weldoen.
Settings