Toewijding aan voortdurende lofprijzing
2
Aleph. Ik zal den HEERE loven te aller tijd; Zijn lof zal geduriglijk in mijn mond zijn.
3
Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.
4
Gimel. Maakt den HEERE met mij groot, en laat ons Zijn Naam samen verhogen.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein