Psalmen 22:6-8
6
Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden.
7
Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.
8
Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende: