Psalmen 18:40-44
40
Want Gij omgorddet mij met kracht ten strijde; Gij deedt onder mij nederbukken, die tegen mij opstonden.
41
En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, en mijn haters, die vernielde ik.
42
Zij riepen, maar er was geen verlosser; tot den HEERE, maar Hij antwoordde hun niet.
43
Toen vergruisde ik hen als stof voor den wind; ik ruimde hen weg als slijk der straten.
44
Gij hebt mij uitgeholpen van de twisten des volks; Gij hebt mij gesteld tot een hoofd der heidenen; het volk, dat ik niet kende, heeft mij gediend.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein