Aanroeping en belijdenis van vertrouwen
2
Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!
3
De HEERE is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welken ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek.
4
Ik riep den HEERE aan, Die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein