Psalmen 140:4-6
4
Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.
5
Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten.
6
De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein