Psalmen 12:1-4
1
Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Scheminith.
2
Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.
3
Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart.
4
De HEERE snijde af alle vleiende lippen, de grootsprekende tong.
Settings