Skip to content
Psalmen 119:1-4

Psalmen 119:1-4

1
Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan.
2
Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;
3
Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.
4
HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein