Psalmen 104:5-9
5
Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.
6
Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen.
7
Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders.
8
De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt.
9
Gij hebt een paal gesteld, dien zij niet overgaan zullen; zij zullen de aarde niet weder bedekken.
Settings