Psalmen 104:29-30
29
Verbergt Gij Uw aangezicht, zij worden verschrikt; neemt Gij hun adem weg, zij sterven, en zij keren weder tot hun stof.
30
Zendt Gij Uw Geest uit, zo worden zij geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein