본문으로 건너뛰기
Psalmen 102:11-28

Psalmen 102:11-28

11
Vanwege Uw verstoordheid en Uw groten toorn; want Gij hebt mij verheven, en mij weder nedergeworpen.
12
Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw, en ik verdor als gras.
13
Maar Gij, HEERE! blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.
14
Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen.
15
Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen, en hebben medelijden met haar gruis.
16
Dan zullen de heidenen den Naam des HEEREN vrezen, en alle koningen der aarde Uw heerlijkheid.
17
Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben, in Zijn heerlijkheid zal verschenen zijn,
18
Zich gewend zal hebben tot het gebed desgenen, die gans ontbloot is, en niet versmaad hebben hunlieder gebed;
19
Dat zal geschreven worden voor het navolgende geslacht; en het volk, dat geschapen zal worden, zal den HEERE loven;
20
Omdat Hij uit de hoogte Zijns heiligdoms zal hebben nederwaarts gezien; dat de HEERE uit den hemel op de aarde geschouwd zal hebben;
21
Om het zuchten der gevangenen te horen, om los te maken de kinderen des doods;
22
Opdat men den Naam des HEEREN vertelle te Sion, en Zijn lof te Jeruzalem;
23
Wanneer de volken samen zullen vergaderd worden, ook de koninkrijken, om den HEERE te dienen.
24
Hij heeft mijn kracht op den weg ter nedergedrukt; mijn dagen heeft Hij verkort.
25
Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht.
26
Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk Uwer handen;
27
Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; Gij zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn.
28
Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geeindigd worden. [ (Psalms 102:29) De kinderen Uwer knechten zullen wonen, en hun zaad zal voor Uw aangezicht bevestigd worden. ]
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Reading Width 45 chars

Options