Skip to content
Psalmen 102:12-22

Psalmen 102:12-22

12
Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw, en ik verdor als gras.
13
Maar Gij, HEERE! blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.
14
Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen.
15
Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen, en hebben medelijden met haar gruis.
16
Dan zullen de heidenen den Naam des HEEREN vrezen, en alle koningen der aarde Uw heerlijkheid.
17
Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben, in Zijn heerlijkheid zal verschenen zijn,
18
Zich gewend zal hebben tot het gebed desgenen, die gans ontbloot is, en niet versmaad hebben hunlieder gebed;
19
Dat zal geschreven worden voor het navolgende geslacht; en het volk, dat geschapen zal worden, zal den HEERE loven;
20
Omdat Hij uit de hoogte Zijns heiligdoms zal hebben nederwaarts gezien; dat de HEERE uit den hemel op de aarde geschouwd zal hebben;
21
Om het zuchten der gevangenen te horen, om los te maken de kinderen des doods;
22
Opdat men den Naam des HEEREN vertelle te Sion, en Zijn lof te Jeruzalem;
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options