Spreuken 9:14-16
14
En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;
15
Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:
16
Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein