Spreuken 4:1-9
1
Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.
2
Dewijl ik ulieden goede leer geve, verlaat mijn wet niet.
3
Want ik was mijns vaders zoon, teder, en een enige voor het aangezicht mijner moeder.
4
Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef.
5
Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.
6
Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.
7
De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting.
8
Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.
9
Zij zal uw hoofd een aangenaam toevoegsel geven, een sierlijke kroon zal zij u leveren.
Settings