Spreuken 26:1
Vers 1 wordt getoond met de omringende context.
1
Gelijk de sneeuw in den zomer, en gelijk de regen in den oogst, alzo past den zot de eer niet.
2
Gelijk de mus is tot wegzweven, gelijk een zwaluw tot vervliegen, alzo zal een vloek, die zonder oorzaak is, niet komen.
3
Een zweep is voor het paard, een toom voor den ezel, en een roede voor den rug der zotten.
4
Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.
Settings