Spreuken 23:33-34
33
Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.
34
En gij zult zijn, gelijk een, die in het hart van de zee slaapt; en gelijk een, die in het opperste van den mast slaapt.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein