Skip to content
Spreuken 1:8-19

Spreuken 1:8-19

8
Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;
9
Want zij zullen uw hoofd een aangenaam toevoegsel zijn, en ketenen aan uw hals.
10
Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;
11
Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;
12
Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen;
13
Alle kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij met roof vullen.
14
Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.
15
Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.
16
Want hun voeten lopen ten boze; en zij haasten zich om bloed te storten.
17
Zekerlijk, het net wordt tevergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelte;
18
En deze loeren op hun eigen bloed, en versteken zich tegen hun zielen.
19
Zo zijn de paden van een iegelijk, die gierigheid pleegt; zij zal de ziel van haar meester vangen.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options