Numeri 21:17-20
17
(Toen zong Israel dit lied: Spring op, gij put, zingt daarvan bij beurte!
18
Gij put, dien de vorsten gegraven hebben, dien de edelen des volks gedolven hebben, door den wetgever, met hun staven.) En van de woestijn reisden zij naar Mattana;
19
En van Mattana tot Nahaliel; en van Nahaliel tot Bamoth;
20
En van Bamoth tot het dal, dat in het veld van Moab is, aan de hoogte van Pisga, en dat tegen de wildernis ziet.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein