Numeri 11:4-9
4
En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israels wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
5
Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.
6
Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
7
Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.
8
Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.
9
En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.
Settings