Skip to content
Numeri 1:20-46

Numeri 1:20-46

20
Zo waren de zonen van Ruben, den eerstgeborene van Israel, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, hoofd voor hoofd, al wat mannelijk was, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken;
21
Hun getelden van den stam van Ruben waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.
22
Van de zonen van Simeon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, zijn getelden, in het getal der namen, hoofd voor hoofd, al wat mannelijk was, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken;
23
Hun getelden van den stam van Simeon waren negen en vijftig duizend en driehonderd.
24
Van de zonen van Gad, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken.
25
Waren hun getelden van den stam van Gad vijf en veertig duizend zeshonderd en vijftig.
26
Van de zonen van Juda, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
27
Waren hun getelden van den stam van Juda vier en zeventig duizend en zeshonderd.
28
Van de zonen van Issaschar, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
29
Waren hun getelden van den stam van Issaschar vier en vijftig duizend en vierhonderd.
30
Van de zonen van Zebulon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
31
Waren hun getelden van den stam van Zebulon zeven en vijftig duizend en vierhonderd.
32
Van de zonen van Jozef: van de zonen van Efraim, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
33
Waren hun getelden van den stam van Efraim veertig duizend en vijfhonderd;
34
Van de zonen van Manasse, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
35
Waren hun getelden van den stam van Manasse twee en dertig duizend en tweehonderd.
36
Van de zonen van Benjamin, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
37
Waren hun getelden van den stam van Benjamin vijf en dertig duizend en vierhonderd.
38
Van de zonen van Dan, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
39
Waren hun getelden van den stam van Dan twee en zestig duizend en zevenhonderd.
40
Van de zonen van Aser, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
41
Waren hun getelden van den stam van Aser een en veertig duizend en vijfhonderd.
42
Van de zonen van Nafthali, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,
43
Waren hun getelden van den stam van Nafthali drie en vijftig duizend en vierhonderd.
44
Dezen zijn de getelden, welke Mozes geteld heeft, en Aaron, en de oversten van Israel; twaalf mannen waren zij, elk over het huis zijner vaderen.
45
Alzo waren al de getelden der zonen van Israel, naar het huis hunner vaderen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die in Israel ten heire uittrokken,
46
Al de getelden dan waren zeshonderd drie duizend vijfhonderd en vijftig.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options