Skip to content
Mattheüs 27:34-35

Mattheüs 27:34-35

34
Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij dien gesmaakt had, wilde Hij niet drinken.
35
Toen zij nu Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, het lot werpende; opdat vervuld zou worden, hetgeen gezegd is door den profeet: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en hebben het lot over Mijn kleding geworpen.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein