Skip to content
Mattheüs 26:21-22

Mattheüs 26:21-22

21
En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden.
22
En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options